1940 - Badhuis Spaarnestraat 11A

De eerste plannen voor de bouw van het badhuis aan de Spaarnestraat dateren al van de twintiger jaren van de vorige eeuw. Het duurde tot 1940 voordat de bouw werd gerealiseerd. Iedere keer was er een vertraging, of men had geen financiële middelen om het te realiseren.
Een badhuis was broodnodig, de meeste huizen hadden in die jaren geen badkamer zoals we dat nu kennen. Men waste zich bij de pomp of de kraan. Als je geluk had mocht je in de teil, waar het water echt niet voor een iedereen ververst werd.
Het Utrechtsch Nieuwsblad uit 1940* schrijft over de opening onder andere: “Het nieuwe badhuis van der Vereeniging voor Volksbaden wordt op 8 juli 1940 hoogstwaarschijnlijk in gebruik genomen. Het echtpaar A. van Beek zal optreden al badmeester en -meesteres, dat de bij het badhuis behoorende woning heeft betrokken.”
Het badhuis werd volgens de normen van die tijd gebouwd, het moest vooral hygiënisch zijn en makkelijk te onderhouden. De wanden waren betegeld of met betonemaille bedekt en de vloeren van granito. Er waren 12 kuip- en 40 douchecellen. Grote en kleine. Men had een vrouwen- en mannenafdeling die elk afzonderlijk opgesplitst konden worden in 2 delen. Als het op de ene afdeling te druk werd, kon men van de andere afdeling wat ruimte erbij trekken. Dat was vooral handig in het weekend, dan was het druk in het badhuis, aldus de krant.

Prijzen en anekdotes
Een kaartje kopen en naar de wachtruimte, aan de dames- of herenzijde, tot je nummer werd afgeroepen.
De kleine cel kostte 25 cent, grote cel 35 cent, badkuip douche 50 cent, zeep 10 cent. Je kon een handdoek huren, deze werden ter plekke als ze gebruikt waren gewassen en gedroogd in de ruimte boven.
Chris Prozee verteld: Zachtjes de deur opendoen, die ging naar binnen open, dan de wijzer van de klok verzetten. Als de badmeester dat merkte dan werd ie rood van kwaadheid. Ook als de badmeester dienst had dat kon je dat goed horen, hij bonkte flink op de deur als het tijd was je aan te gaan kleden. Dat was bij 15 minuten. Bij 20 minuten moest je eruit zijn en kon de schoonmaak erin.
Anneke Huisman heeft er ook geholpen (zij werd opgeroepen als het druk was). Zij kreeg van de visboer altijd een extraatje als deze kwam om de cel na hem netjes schoon te maken.
Co Scherrenberg 1953. Ik kan me nog goed herinneren dat ik met mijn eerst verdiende geld naar het badhuis ging. Met in mijn opgerolde handdoek, 1 washandje met daarin een Lux zeeptablet. Vol trots met schoon ondergoed onder mijn arm lopend naar de Spaarnestraat. Een douche was mij geheel onbekend. Thuis was het effe wat zeep op een washandje over mijn lichaam, dat was voldoende. Nu douchen, dat was wat, en lekker met een regelbare temperatuur. Heerlijk!!! En met een zeeptablet mijn hoofdharen inwrijven, goed met mijn handen door het haar, dat was wel lekker en gelijk goed schoon. In een kleine douchecel zat geen muurtje. Die was er wel in de grote cel van ongeveer 60 cm breed. Er zat ook een kleine opklapbare zitplaats in de cellen, die werd opgeklapt als men de cellen na het gebruik ging schoonmaken. En kapstokhaken om je kleren op te hangen aan de deur. Droge kleren aan en weer naar huis.

Noot redactie: In 1972 werd het badhuis tot dienstencentrum omgebouwd. Anno nu zitten er op de Spaarnestraat 11a ook werkruimtes voor kunstenaars en creatieve ondernemers.

* Bron: Het Utrechts Archief: UN_1940-06-24-009.pdf


Met vriendelijke groet, Co Scherrenberg Email: coscherrenberg@gmail.com. Tel.: 030-8901323
Voor Foto’s-Knipsels-Praatjes over de JUTFASEWEG VAN TOEN en de HISTORIE VAN RIVIERENWIJK

Het Volksbadhuis in 1940

Kleine cel

Links kleine cellen, rechts diverse formaten